Volgorde van bewerkingen

Als je oefeningen oplost moet je de oefeningen in een bepaalde volgorde oplossen. Je kunt niet zomaar in het begin van de oefening beginnen rekenen. Die volgorde noemen we de volgorde van bewerkingen.

Voorbeeld:

 4 + 7 x 3 = 11 x 3 = 33          Deze oplossing is fout! Je moet eerst vermenigvuldigen en

                                              dan optellen.

4 + 7 x 3 = 4 + 21 = 25          Deze oplossing is wel juist! Bij deze oefening hebben we eerst

                                               vermenigvuldigd en dan opgeteld.

De volgorde

1.      Haakjes
Staan er haakjes in de opgave, werk deze dan eerst weg. Dat wil zeggen: reken altijd eerst uit wat tussen de haakjes staat voor je verder gaat.

Vb.:      (4 + 8) x 2 = 12 x 2 = 24

2.      Machten
Staan er machten in de opgave dan bereken je die na de haakjes.

Vb.:       9² + 3² = 81 + 9 = 90

3.      Vermenigvuldigen en delen
In de volgorde waarin de bewerkingen zich voordoen, van links naar rechts.

Vb.:       8 + 6 x 3 – 4 = 8 + 18 – 4 = 22

4.      Worteltrekken
Enkele de vierkantswortel trekken als er een staat.

Vb.:     
Ö4 + 6 = 2 + 6 = 8

5.      Optellen en aftrekken
In de volgorde waarin de bewerkingen zich voordoen, van links naar rechts.

Geheugensteuntje

Meneer   Van                        Dalen Wacht              Op          Antwoord.

Machten Vermenigvuldigen Delen Worteltrekken Optellen Aftrekken

Onthoud deze zin zeer goed!